Lijfrente biedt geen oplossing voor versobering pensioenopbouw

Tot mijn verbazing lees ik in diverse artikelen dat de versobering van de pensioenopbouw die op 1 januari 2015 ingaat, kan worden opgelost door het afsluiten van een lijfrente (of een lijfrentespaarrekening). Die artikelen zijn soms van gerespecteerde adviseurs, van wie je zou mogen verwachten dat zij ‘beter weten’.

In dit artikel leg ik uit waarom deze oplossing volgens mij niet werkt. Vervolgens geef ik u inzicht in wat eventueel wel tot de mogelijkheden behoort.

 

Systeem van ‘sparen voor de oude dag’

Het treffen van een oudedagsvoorziening gaat in Nederland volgens het zogenaamde drie-pijlersysteem. De eerste pijler is een basisvoorziening die is getroffen door de overheid, de AOW. De oudedagsvoorziening in de tweede pijler wordt gevormd door werkgevers voor hun werknemers, het pensioen. De derde pijler bestaat uit voorzieningen die mensen zelf op individuele basis treffen, lijfrente(banksparen).
Daarnaast kunnen mensen natuurlijk nog op andere manieren zorgen voor hun oudedagsvoorziening, namelijk door te sparen, te beleggen, hun hypothecaire geldlening af te lossen etc. Deze manier van ‘sparen voor de oude dag’ valt buiten het pijlersysteem, volgens mij overigens ten onrechte. In mijn adviespraktijk ben ik veel mensen tegen gekomen die hun oudedagsvoorziening op een andere, soms onverwachte manier regelen.

 

Mogelijkheden en grenzen om fiscaalvriendelijk te ‘sparen voor de oude dag’

De mogelijkheden en grenzen om op een fiscaalvriendelijke manier te ‘sparen voor de oude dag’ zijn in de belastingwetgeving vastgelegd. De regels voor het werkgeverspensioen staan in de Wet op de Loonbelasting (Wet LB). De Wet op de Inkomstenbelasting (Wet IB) bevat de regels voor het particuliere ‘pensioen’: lijfrente en lijfrentebanksparen.
De regels in die wetten beperken de hoogte van wat op een fiscaalvriendelijke manier voor een oudedagsvoorziening mag worden ‘gespaard’. Elke wet heeft zijn eigen regels en voorwaarden, maar elke wet maximeert het treffen van een oudedagsvoorziening op het inkomen dat in die pijler wordt genoten.

 

Communicerende vaten

Kenmerk van die wettelijke regels is dat wat voor de ene pijler is gebruikt, niet meer in de andere pijler kan worden gebruikt. AOW, pensioen en lijfrentevoorzieningen zijn hierdoor dus een soort van communicerende vaten.

Zowel bij pensioen als bij lijfrente(banksparen) wordt met de AOW rekening gehouden door een vast bedrag af te trekken van het inkomen waarover een oudedagsvoorziening kan worden opgebouwd. Het is een ruwe benadering, maar wel een die praktisch en gemakkelijk is uit te voeren.

Lijfrente(banksparen) is alleen mogelijk voor zover er geen pensioen is opgebouwd. De grens wat in een jaar fiscaal in aftrek op het inkomen mag worden gebracht, wordt beoordeeld op basis van het inkomen en de pensioenopbouw over het voorgaande jaar. Als de pensioenregeling in het voorgaande jaar dus (vrijwel) maximaal is, dan resteert geen tot weinig ruimte om nog wat te doen in de sfeer van lijfrente(banksparen).

 

Voorbeeld: Myrthe en Stefan Janssons

Een voorbeeld maakt duidelijk hoeveel (of eigenlijk hoe weinig!) in de derde pijler nog mogelijk is als de pensioenregeling maximaal is. We kijken naar de situatie van Myrthe en Stefan Janssons.

Myrthe verdient een salaris van € 63.500 per jaar. Zij heeft een pensioenregeling op basis van middelloon en bouwt daarin in 2014 een ouderdomspensioen op van 2,15% van het salaris minus de AOW-franchise.
Haar pensioenopbouw in de tweede pijler is hierdoor in 2014 € 1.075 aan ouderdomspensioen. Vanaf 2015 wordt het percentage van 2,15% verlaagd naar het nieuwe fiscale maximum, dat is 1,875%. Hierdoor bouwt Myrthe vanaf 2015 jaarlijks een ouderdomspensioen op van € 937,50.
Hoeveel kan Myrthe nu nog in de lijfrentesfeer (derde pijler) op haar inkomen in aftrek brengen om die jaarlijks lagere pensioenopbouw van € 137,50 te compenseren?

In 2015 heeft Myrthe nauwelijks fiscale ruimte voor lijfrente(banksparen) om de lagere pensioenopbouw in 2015 te compenseren. De maximaal in 2015 beschikbare ruimte wordt bijna helemaal ‘opgegeten’ door de opbouw van pensioen. Volgens de wettelijke rekenregels, die uitgaan van de nog hoge pensioenopbouw in 2014, heeft Myrthe een voldoende hoog pensioen.
Vanaf 2016 ligt het gelukkig wat gunstiger. Dan resteert per jaar een bedrag van € 1.036 om in aftrek te brengen. Deze € 1.036 lijkt een mooi bedrag om de pensioenversobering te compenseren. Maar de vraag is of het voor Myrthe voldoende is als compensatie van het lagere pensioen van € 137,50 per jaar.

Stel dat Myrthe 37 jaar is. Op die leeftijd heeft zij circa € 1.100 nodig om een jaarlijkse voor een jaarlijkse pensioenuitkering van € 137,50 in te kopen. Met de ruimte van € 1.036 komt zij dus net tekort: hiermee redt zij het niet, zeker niet als zij ouder wordt. Op de verschillende leeftijden heeft Myrthe de volgende bedragen nodig:

  • 27 jaar: € 800
  • 37 jaar: € 1.100
  • 47 jaar: € 1.500
  • 57 jaar: € 2.000

Lijfrente(banksparen) is voor Myrthe en Stefan dus geen oplossing voor de versobering van de pensioenopbouw.

Natuurlijk ben ik voor de berekeningen in dit voorbeeld van globale cijfers uitgegaan. Een nauwkeurige berekening zal per persoon duidelijk maken hoe hoog de exacte bedragen in die individuele situatie zijn. Mijn berekeningen geven echter wel een duidelijke indicatie van de grootte van de beschikbare ruimte en wat er nodig is om de versobering van de pensioenopbouw te compenseren.

 

Nabestaandenvoorziening

Door de versobering van de fiscaal maximale pensioenopbouw gaan ook de uitkeringen uit het nabestaandenpensioen omlaag.
Voor een lager ouderdomspensioen kun je nog sparen of op een andere manier maatregelen nemen. Een overlijden kan – bij wijze van spreken – morgen plaatsvinden. Daardoor is er onvoldoende tijd om voor een nabestaandenvoorziening te ‘sparen’. Er dan zijn andere maatregelen nodig om een lager nabestaandenpensioen te compenseren. Mocht de ruimte in de derde pijler op termijn mogelijkheden bieden voor een lijfrenteverzekering (nabestaandelijfrente), dan zal dat nog niet voor 2015 gaan gelden. In het voorbeeld hebben we gezien dat die ruimte er in 2015 niet is. Een aparte (tijdelijke) overlijdensrisicoverzekering kan een oplossing zijn voor de lagere nabestaandenvoorziening.

 

Oplossingen: wat werkt dan wel?

Als lijfrente(banksparen) geen oplossing is, wat kan dan nog wel? Daarvoor kijk ik naar de volgende mogelijkheden.

Pensioensfeer:
  • Als de pensioenregeling in het verleden geen gebruik maakte van de fiscaal maximale grenzen, kan het in 2014 een mogelijkheid zijn om ‘inkoop’ over het verleden te laten plaatsvinden tot de fiscaal maximale grens die in 2014 geldt. Voorwaarde is wel dat de pensioenregeling een dergelijke inkoop moet toestaan. Aandachtspunt is verder dat er geen storting/inleg voor lijfrente(banksparen) op het inkomen in aftrek is gebracht over de jaren waarover extra pensioen wordt ingekocht.
Lijfrentesfeer:
  • Jaarlijks: over inkomensbestanddelen die niet tot het loon behoren (en dus niet leiden tot pensioenopbouw), kan in de sfeer van lijfrente(banksparen) een oudedagsvoorziening worden getroffen. Het gaat hier om bijvoorbeeld tantièmes, overwerkvergoedingen, beloningen in natura zoals het saldo van de bijtelling voor het gebruik van de ‘auto-van-de-zaak’. Niet in elke pensioenregeling bouwt u pensioen op over deze salarisbestanddelen.
  • Over het verleden: ongebruikte aftrek voor lijfrente(banksparen) over maximaal 7 jaar voor het jaar dat die inhaalaftrek wordt gerealiseerd.
Anders:
  • De eerder door mij genoemde andere manieren om voor een oudedagsvoorziening te zorgen, namelijk door te sparen, te beleggen, de hypothecaire geldlening af te lossen etc.

 

Volgende stappen voor u: onderzoek en advies

Voor elk van deze oplossingen moet onderzoek plaatsvinden of en in hoeverre deze mogelijk zijn en of ze bij u passen. Dat onderzoek en advies kan en mag de HR-afdeling van uw bedrijf niet geven, maar dat moet worden uitgevoerd door een gekwalificeerde adviseur. Dat is wettelijk zo vastgelegd. Poul Gelderloos PensioenInzicht beschikt over de vereiste kwalificaties en kan dit onderzoek en advies voor u realiseren.

Als u mij belt, kan ik u al een eerste indruk geven wat voor u mogelijk en zinvol is.

 

Conclusies

Veel pensioenregelingen zullen na de aanpassingen aan de vanaf 1 januari 2015 geldende fiscale grenzen op of vlak onder deze grenzen zitten. Bij een maximale pensioenregeling resteert dus nauwelijks de mogelijkheid om zelf via lijfrente(banksparen) de versobering in de pensioenregeling per 2015 te compenseren. Er zijn adviseurs die u anders willen laten geloven, zo lees ik in hun publicaties. Maar ik heb laten zien dat dit geen mogelijkheid is. U moet dus andere maatregelen nemen.

Ook het nabestaandenpensioen gaat omlaag. Om die verlaging te compenseren moet u ook nog maatregelen nemen. Lijfrente(banksparen) biedt hiervoor in 2015 geen mogelijkheid.

Download PDF