Hoe maakt u uw pensioenregeling ingewikkeld?

In de basis is pensioen simpel. Een werknemer wil eigenlijk alleen maar weten wat hij krijgt als hij met pensioen gaat, van welk inkomen zijn nabestaanden moeten rondkomen als hij overlijdt en wat er maandelijks op zijn rekening wordt bijgeschreven mocht hij arbeidsongeschikt worden en niet meer kunnen werken. Zijn werkgever wil alleen maar weten wat hem dat kost. Het antwoord op deze vier simpele vragen is alles. Meer niet.

Hobbyisme (van veel adviseurs), lobbyisme (van allerlei belangengroeperingen) en een soms doorslaand rechtvaardigheidsgevoel (waarvan alle Nederlanders van tijd tot tijd last hebben), maken veel pensioenregelingen vaak onbegrijpelijk en moeilijk.

U kunt een ingewikkelde pensioenregeling voorkomen als u weet waarop u moet letten. In dit artikel bespreek ik een aantal van die ‘valkuilen’.

 
-lost het een onduidelijkheid op. Maar binnen drie jaar zal het definitief moeten worden opgelost, of door wetgeving of door in de praktijk ook voor een dergelijk nabestaandenpensioen van een hogere franchise uit te gaan. Het nadeel van die hogere franchise is dat er minder nabestaandenpensioen is als de werknemer overlijdt.

 

Maximering pensioengevend salaris en verlaging jaarlijks opbouwpercentage

Met ingang van 1 januari 2015 wordt de pensioenopbouw fiscaal gemaximeerd tot een salaris van € 100.000. Over het salaris boven dat bedrag is fiscaal geen pensioenopbouw meer mogelijk op de manier zoals we dat tot nu toe kennen. Dat betekent dat werkgevers een splitsing moeten aanbrengen in salarissen boven en onder de € 100.000.

Ook het jaarlijks opbouwpercentage dat fiscaal is toegestaan gaat omlaag. Dat opbouwpercentage was in 2014 bij een pensioenleeftijd van 67 jaar 2,15%. Vanaf 2015 gaat het omlaag naar 1,875%.

Er zijn verschillende mogelijkheden om deze fiscale beperkingen ‘op te lossen’. Hoe meer mogelijkheden u wilt gebruiken, hoe ingewikkelder en onbegrijpelijker uw pensioenregeling wordt.

 

Onzuivere pensioenregeling

U kunt de afspraken met uw werknemers gewoon in stand laten en hen pensioen laten opbouwen zoals zij in 2014 deden. Maar dan moet u deze pensioenregeling wel fiscaal splitsen in een gedeelte dat binnen de fiscale grenzen past en een gedeelte dat daarbuiten valt (dat is het ‘onzuivere’ pensioen). Het gedeelte dat buiten de fiscale grenzen valt, wordt tot het loon van de werknemer gerekend en hierover moet u loonbelasting inhouden.

Kort gezegd heeft een dergelijke ‘oplossing’ tot gevolg dat de werknemer bij hetzelfde bruto salaris netto minder overhoudt, terwijl het u evenveel kost. Bovendien moet de werknemer jaarlijks in de inkomstenbelasting over de waarde van dit onzuivere pensioen een vermogensrendementsheffing van 1,2% betalen. Op de pensioendatum krijgt de werknemer dan pensioen dat bestaat uit twee delen: het bruto deel (waarover hij nog inkomstenbelasting moet betalen) en het netto deel (het onzuivere pensioen waarover geen inkomstenbelasting meer hoeft te worden betaald).

Daarnaast (en dat is ook niet onbelangrijk) zijn tot nu toe nog weinig pensioenverzekeraars bereid gebleken een onzuivere pensioenregeling uit te voeren. Er ligt dus ook nog een praktisch ‘uitvoeringsprobleempje’ dat moet worden opgelost.

Het in stand houden van de pensioenafspraken met werknemers leidt voor hen tot een pensioen dat fiscaal op verschillende manieren wordt belast. Dat maakt het niet gemakkelijker en begrijpelijker.

 

Nettolijfrente

Voor werknemers met een salaris boven € 100.000 is een tweede ‘oplossing’ mogelijk. Om te voorkomen dat zij geen pensioenopbouw (en nabestaandenpensioen) hebben over hun salaris boven € 100.000 kunnen zij voor dit meerdere zelf uit hun nettosalaris een vergelijkbaar bedrag aan lijfrente opbouwen als zij voordien aan pensioen zouden hebben gehad. De werknemers storten dit bedrag als lijfrentepremie bij een verzekeraar of als inleg op een lijfrenterekening bij een bank of vermogensbeheerder. De uitkeringen die te zijner tijd gaan komen, zijn onbelast. In tegenstelling tot de mogelijkheid van het ‘onzuiver pensioen’ betaalt de werknemer bij de nettolijfrente over de waarde van de nettolijfrente geen jaarlijkse vermogensrendementsheffing van 1,2%.

De nettolijfrente gaat in feite buiten de werkgever om. Voor deze oplossing is het noodzakelijk dat de werkgever de ‘bespaarde’ pensioenpremie als loon vergoedt aan de werknemer. Als de werkgever dat achterwege laat, zal de werknemer ook niet bereid zijn uit zijn netto loon geld opzij te zetten voor een nettolijfrente.

Ook deze oplossing brengt nogal wat ‘gedoe’ met zich mee en maakt de pensioenregeling niet overzichtelijk en begrijpelijk.

 

Nettopensioen

Omdat pensioenfondsen geen nettolijfrente mogen uitvoeren, hebben zij sterk gelobbyd om een vergelijkbare mogelijkheid in de pensioensfeer te krijgen als verzekeraars krijgen met de nettolijfrente. Het parlement heeft hun pleidooi gehonoreerd en het wettelijk mogelijk gemaakt om een nettolijfrente in de pensioensfeer te treffen. Als de werkgever is aangesloten bij een pensioenfonds, is hij verplicht een nettopensioenregeling bij dat pensioenfonds aan te bieden aan de werknemers die daarvoor in aanmerking komen. De werknemers zijn echter helemaal vrij of zij hieraan echt gaan meedoen.

Als die werkgever een vergelijkbare of betere regeling voor nettopensioen bij bijvoorbeeld een verzekeraar wil onderbrengen, dan kan dat. Het pensioenfonds moet die werkgever dan vrijstellen van de verplichte nettopensioenregeling in het pensioenfonds. Maar ook in dat geval heeft de werknemer de vrijheid om al dan niet mee te doen aan de nettopensioenregeling bij die verzekeraar.

Het ministerie van Financiën moet de exacte regels nog publiceren waaraan een nettopensioen moet voldoen. Deze verwacht ik tegen het einde van het jaar. Dat betekent dat dit jaar in ieder geval geen duidelijkheid bestaat over de reële mogelijkheden voor de nettopensioenregeling.

Opvallend is het bericht van de pensioenfondsen in de Metaal over hun nieuwe pensioenregeling. Zij gaan geen nettopensioenregeling uitvoeren voor de 5.000 werknemers met een salaris boven € 100.000. Als reden noemen zij dat de administratie en organisatie hen te veel gaat kosten. Kosten die door alle deelnemers in de pensioenregelingen van de Metaal opgebracht moeten worden. Dat vinden zij onwenselijk.

De oplossing van een nettopensioenregeling kan op dit moment nog niet worden gerealiseerd omdat de nog niet alle voorwaarden, mogelijkheden en eisen bekend zijn. Op basis van de nu wel bekende voorwaarden en procedures verwacht ik niet dat deze oplossing leidt tot een overzichtelijke en begrijpelijke pensioenregeling.

 

Hoe houdt u uw pensioenregeling wél simpel en begrijpelijk ?

In dit artikel heb ik een aantal mogelijkheden besproken hoe u uw pensioenregeling ingewikkeld kunt maken. Er zijn genoeg mogelijkheden om van uw pensioenregeling een ingewikkelde en onoverzichtelijke brei van uitzonderingen, varianten en deelregelingen te maken. Eén ding hebben die met elkaar gemeen, namelijk het effect dat de regeling voor de werknemers onbegrijpelijk wordt en voor de werkgever administratief complex. Hierdoor kost het de werkgever extra geld aan advies- en beheerkosten.

Mijn pleidooi is daarom: ‘keep it simple’. Geen uitzonderingen, geen bijzondere oplossingen (voor verschillende groepen werknemers) en combineer deze vooral niet. Het kan allemaal wel, maar het kost u om te beginnen begrip en waardering van uw werknemers.

Door uw pensioenregeling simpel en begrijpelijk te houden zullen werknemers deze eerder waarderen. Het geld dat deze regeling u als werkgever kost, wordt dan op waarde geschat.

Download PDF