De fiscale kaders met ingang van 2014

Voor 2014 zijn de aanpassingen voor pensioenregelingen in hoofdlijnen:

  • een verhoging van de pensioenrichtleeftijd
    De pensioenrichtleeftijd is de leeftijd waarmee wordt gerekend als ingangsdatum voor de pensioenuitkeringen. Die leeftijd gaat van 65 naar 67 jaar.
  • een verlaging van de maximale fiscale opbouwpercentages
    Voor het ouderdomspensioen gaat het om een verlaging van het maximale fiscale jaarlijkse opbouwpercentage met 0,1%. Het maximum in bijvoorbeeld een middelloonregeling was 2,25% per dienstjaar en wordt nu 2,15% per dienstjaar.

Voor het partnerpensioen en het wezenpensioen veranderen de percentages op vergelijkbare wijze. In de onderstaande tabel staan de verschillende percentages voor de diverse pensioenen in de verschillende jaren.

Middelloonregeling

Eindloonregeling

 

2013

2014

2013

2014

Pens.dt. 65 jr

Pens.dt. 67 jr

Pens.dt. 65 jr

Pens.dt. 67 jr

Ouderdomspensioen

2,25%

2,15%

2,00%

1,90%

Partnerpensioen

1,58%

1,51%

1,40%

1,33%

Wezenpensioen

0,32%

0,30%

0,28%

0,27%

 

Aandachtspunt

Een verlaging van het maximale fiscale opbouwpercentage met 0,1% lijkt niet veel. Maar door de verhoging van de pensioenrichtleeftijd naar 67 jaar is het effect van de aanpassingen bij elkaar toch fors. Als ik het opbouwpercentage voor een middelloonregeling van 2,15% op 67-jarige leeftijd ‘vertaal’ naar 65-jarige leeftijd, dan kom ik uit op een maximale opbouw van het ouderdomspensioen van 1,84% per dienstjaar. Een teruggang dus van 2,25% naar 1,84% opbouw per dienstjaar. Dat is een forse verlaging in de pensioenopbouw voor de werknemer.

Als zijn pensioenregeling uitging van een lager opbouwpercentage dan het fiscale maximum, dan kan het effect nog meevallen.