Berooide ZZP-er moet in nood verkerende levensverzekeringssector redden

Door Georges Biever en Poul Gelderloos.

 

Kat in de zak

De onafhankelijke Commissie verzekeraars, onder voorzitterschap van prof. dr. Casper de Vries, heeft op donderdag 5 maart jl. haar onderzoeksresultaten aangeboden aan de Minister van Financiën, Jeroen Dijsselbloem. De Commissie had de opdracht te onderzoeken hoe de verzekeringssector zijn maatschappelijke rol toekomstbestendig kan vervullen.

Onze afdronk is dat de Commissie alleen maatregelen bepleit om de problemen van verzekeraars beheersbaar en onzichtbaar te maken. De Commissie ziet aan de belangen van de consument voorbij. Degene waarom het in wezen gaat, blijft in dit rapport met lege handen achter.

 

Kansen voor levensverzekeraars

De Commissie plaatste haar bevindingen onder de titel ‘Nieuw leven voor verzekeraars’. De Commissie komt tot de conclusie dat met name de levensector krimpt, dat de reputatie van verzekeraars te wensen overlaat en dat het tijd wordt dat de verzekeraars zichzelf ‘herpakken’. De Commissie ziet kansen voor verzekeraars waar het gaat om pensioenproducten met hoge mate van zekerheid voor de immer oplopende ‘latere leeftijd’. De markt vraagt ook meer flexibiliteit, denk met name aan de groeiende groep ZZP-ers.

Meer zekerheid, maar voor wie?

Het bepleiten van meer zekerheid over de hoogte van het pensioen kan men op dit moment wel ‘anticyclisch’ noemen. Die zekerheid staat niet alleen bij pensioenfondsen onder druk, maar ook bij verzekeraars.

Vanuit de verzekeringspensioenmarkt bezien is de vraag naar zekerheid een werkgeversvraag. Werkgevers willen graag overzichtelijke en voorspelbare pensioenlasten in hun verlies- en winstrekening zien. Kortom, hun vraag naar zekerheid leidt naar een beschikbare premieregeling. Dat houdt alles overzichtelijk en het komt tegemoet aan de internationale boekhoudregels om niet het risico te lopen nog eens de portemonnee te moeten trekken over voorbije boekjaren (zoals bij salaris/diensttijdregelingen het geval is).

De werknemer, als toekomstig gepensioneerde, blijft geconfronteerd met het risico van ontoereikende pensioenopbouw via Life Cycle fondsen of het doorgaans meer offensieve, risicovollere zelf beleggen bij de verzekeraar. Op de pensioendatum moet hij zijn pensioenpot te gelde maken tegen de op dat moment geldende marktrente. Deze is nu ongekend laag, met alle gevolgen voor de aanstaande gepensioneerde van een onverwacht lage pensioenuitkering. De gewenste zekerheid in een dergelijke beschikbare premieregeling is en blijft voor werknemers ver te zoeken. Het is ons dus een raadsel hoe verzekeraars de door de Commissie beschreven kansen op het bieden van zekerheid ooit zouden kunnen benutten. De gepensioneerde blijft te zijner tijd teleurgesteld achter, dat staat vast.

De nieuwe markt van de ZZP-er

Dan de ZZP-er als kans voor de verzekeraar. Het is moeilijk in te schatten hoeveel vet de gemiddelde ZZP-er binnenkort op de botten heeft om premies te betalen voor de oudedag, overlijden en arbeidsongeschiktheid. Als het gros van de ZZP-ers nu keer op keer aangeeft dat zij domweg het geld niet hebben om de premie voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering te betalen, dan is er naar onze mening geen financiële ruimte voor het vormen van een oudedagsvoorziening.

De aanbeveling van de Commissie komt er kort gezegd op neer dat de berooide ZZP-er de in nood verkerende levensverzekeraar moet gaan redden. Dat gebeurt door de ZZP-er te verplichten een oudedagsvoorziening te vormen. Die oudedagsvoorziening moet dan ook nog eens als pensioen worden opgebouwd. Voor een dergelijk, echt en verplicht ZZP-pensioen moet de wet op zeer principiële punten gewijzigd worden. Wij zien die toekomst op de ZZP-markt daarom eerder bewolkt dan zonnig.

 

Oplossing voor het Woekerpolisdossier ?

De Commissie doet ook een duit in het zakje voor de oplossing van het ‘Woekerpolisdossier’. Een onafhankelijke en onorthodoxe manier van denken siert de Commissie voor zo ver zij de plank niet geheel misslaat. En zij slaat die plank geheel mis bij het voorstel dat de verzekeraars de mogelijkheid moeten krijgen het claimrisico uit het woekerpolisdossier te verzekeren.

Het verzekeren door verzekeraars van het woekerclaimrisico bij een internationaal consortium lijkt ingegeven door een gebrek aan inzicht in de basisbeginselen van verzekeren: alleen een onzeker voorval kan worden verzekerd en dus niet een brandend huis. Het huis ‘Woekerpolisdossier’ staat al in lichter laaie en het bluswater is op. Bovendien lijkt het ons sterk dat een ‘herverzekeraar’ de in diens professie van levensverzekeraar gemaakte fouten in dekking wil nemen.

Woekerproblemen ook in Pensioen

De Commissie gaat er aan voorbij dat het woekerprobleem zich niet beperkt tot wat doorgaans genoemd wordt Leven Individueel (lijfrente, kapitaalverzekeringen, KEW’s etc.). Het beleggingsverzekeringendossier kent namelijk ook een enorm claimrisico voor verzekeraars bij polissen die vallen onder de Pensioenwet en de voormalige Pensioen- en spaarfondsenwet (de pensioenmarkt bij Leven Collectief). Het claimrisico zou zich dan zo maar kunnen verdubbelen.

Met herverzekeren is de consument niet geholpen

Maar er is meer. Het woekerpolisdossier vindt bij dit voorstel van herverzekeren geen oplossing, het probleem wordt alleen uit het zicht verplaatst. Hierdoor schiet de consument er niks mee op. Uiteraard zal een eventuele herverzekeraar de consumentenclaims even hard bestrijden als de verzekeraars thans al doen, zodat de voorstelling ‘Woekerpolisdossier’ nog tot 2030 geprolongeerd wordt. De bijkomende reputatieschade voor de Nederlandse verzekeraar zal niet anders dan substantieel kunnen zijn.

Gesteld dat het mogelijk blijkt het woekerclaimrisico ‘door te verzekeren’, tegen welke kosten (premie) gebeurt dat dan en wie betaalt die premie dan? We zien het zo maar gebeuren dat die kosten doorberekend worden in de premietarieven voor de consument. En zo is de cirkel weer rond: de Nederlandse levensverzekeraar wentelt het ongemak af, , legt de rekening bij het collectief van zijn premiebetalende klanten en gaat door met business as usual. Maar trapt de consument daar nog in?

 

Conclusie

De Commissie heeft aan de consument duidelijk een broertje dood en ziet aan zijn belangen voorbij. De Commissie bepleit alleen maatregelen om de problemen van verzekeraars beheersbaar te maken en buiten het zicht van de consument te plaatsen. De consument blijft in dit rapport met lege handen achter. Van die consument moet de verzekeraar het uiteindelijk toch hebben, anders heeft het gepropageerde ‘zich herpakken’ geen enkele betekenis.

Download PDF