Beleggen met je pensioenpot: het nieuwe pensioendebacle ?

Door Georges Biever en Poul Gelderloos.

koersontwikkeling-grafiek
Al zo’n vijftien jaar hoor ik dat de rentestand op een historisch dieptepunt staat. Elke keer, elk volgend jaar bleek dat weer waar. Dat is een werkelijkheid waar we niet omheen kunnen. Het valt te plaatsen in de categorie gebeurtenissen die inherent zijn aan onze economische ordening.

Dit zo zijnde mis ik in de discussie de niet uitgesproken of genegeerde vooronderstelling dat de pensioengerechtigde in het algemeen meer gebaat is bij zekerheid dan bij ongewisheid. Ook de verse pensioengerechtigde zal zijn – verdere – persoonlijk financieel leven willen bouwen op solide uitgangspunten. Beleggen met pensioengeld kan zomaar een streep door zijn rekening zijn en stimuleert het ‘laat-maar-waaien’-sentiment. Een sentiment dat in ons degelijke Nederlandse pensioenstelsel wezensvreemd is.

Veel mensen die in de afgelopen 15 jaar met pensioen zijn gegaan hadden een beleggings- of een kapitaalpolis. Zo’n polis keert op de pensioendatum het ‘gespaarde’ kapitaal uit. Daarvan moesten betrokkenen een pensioen- of een lijfrenteuitkering aankopen. Als de rente op het aankoopmoment laag was, kregen zij een lagere pensioen- of lijfrenteuitkering dan als zij die aankoop bij een hogere rente hadden kunnen doen. Al die mensen werden met die lager geworden rente geconfronteerd en kregen een lagere pensioen- of lijfrenteuitkering dan zij hadden verwacht.

Om de gevolgen daarvan te ontlopen, kochten zij voor een deel van het beschikbare kapitaal een tijdelijke pensioenuitkering (van bijvoorbeeld vijf jaar). De rest mocht nog even doorrenderen en wat er dan na die vijf jaar beschikbaar was, als de rente naar hun verwachting hoger zou zijn, werd gebruikt voor de aankoop van een levenslange pensioenuitkering. Zo dachten zij op een wat langere termijn toch een hogere pensioenuitkering te kunnen krijgen.

Al die mensen zijn van een koude kermis thuisgekomen. Na die vijf jaar bleek de rente namelijk lager te zijn dan die eerst was. Door die lagere rente kregen zij geen hogere pensioen- of lijfrenteuitkering (wat ze hadden gehoopt), maar juist een lagere. Deze mensen hadden op een stijging van de rente ‘gegokt’ en ze hadden het mis. Zij hebben het renterisico voor hun rekening genomen en kregen daarvoor de rekening gepresenteerd. Net als bij beleggen het geval is, KAN door het nemen van een dergelijk risico een beter resultaat worden bereikt. Maar net zoals bij beleggen is het niet denkbeeldig dat je een slechter resultaat haalt dan je hoopte en verwachtte.

 

Gokken met pensioengeld is eigenlijk nog nooit gelukt

Beleggen met pensioengeld na de pensioendatum gold lange tijd als vloeken in de kerk, en terecht. Denk bijvoorbeeld aan de pensioenbeleggingsverzekeringen in de uitkerende fase waarbij de hoogte van de periodieke uitkering bepaald werd door de koersen.
Dat staat op gespannen voet met de fiscale eis dat pensioenuitkeringen binnen een bandbreedte van 100:75 moet blijven. Een pensioenbeleggingsverzekeringen kan zomaar buiten deze bandbreedte terecht komen. Ook voorziet een leeg getrokken pot niet in een levenslang ouderdomspensioen, partnerpensioen enz. Denk daarnaast eens aan de stakende ondernemer die z’n stakingswinst en FOR aanwendde voor een direct ingaande lijfrente op beleggingsbasis. Speculatie met pensioengeld mondde steeds uit in een teleurstelling. De ongelukken zijn talloos en veel adviseurs zijn door hun klanten aansprakelijk gesteld als zij dergelijke ‘oplossingen’ hebben geadviseerd.

Gelukkig kwam daar op een gegeven moment een eind aan. Maar toen kwam de wetgever weer met de mogelijkheid van de gesplitste inkoop (‘de pensioenknip’). Belangstelling hiervoor was nauwelijks aanwezig. Voor het handjevol mensen die wel gebruik hebben gemaakt van de pensioenknip werd het een fiasco. Anekdotisch was het geval waarin een na vijf jaar licht gestegen rekenrente onmiddellijk teniet werd gedaan door de geactualiseerde sterftetafels van de bewuste verzekeraar/pensioenuitvoerder. Zo kreeg de betrokkene toch nog minder pensioen.

Een gokje wagen met pensioengeld was dus geen panacee (wondermiddel) om de pensioengerechtigden in de uitkeringsfase van dienst te zijn. Het was eerder een scheutje wonderolie om met name de vervelende kanten van de ‘premieovereenkomst met beleggingsvrijheid’ tijdelijk te maskeren en de politiek wat lucht te geven.

 

Maar de rente is nu nog lager …

De rente is nu lager dan die van de afgelopen 15 jaar. Als je op dit moment een pensioen-, lijfrente- of stamrechtkapitaal moet aanwenden voor de aankoop van een levenslange of een langlopende lijfrente, is dat een drama. De bancaire lijfrente brengt enige verzachting ten koste van de verzekeraars.

Om nu toch een goed rendement te KUNNEN halen, tovert het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) een nieuwe mogelijkheid uit de hoge hoed. Mensen mogen ook na hun pensioendatum met hun pensioenpot doorbeleggen. Zo kunnen zij een hoger rendement maken. Hiermee komt SZW tegemoet aan de wens van een aantal grote ondernemingen en hun pensioenfondsen om het mogelijk te maken in een collectief het beleggingsrisico’s te delen.

 

En wat wil de pensioengerechtigde eigenlijk … ?

De pensioengerechtigde heeft er over het algemeen geen bezwaar tegen dat hij door langer te beleggen een hogere uitkering gaat krijgen. Waaraan hij echter een broertje dood heeft, is als zijn pensioenuitkeringen omlaag gaan door dalende beleggingsopbrengsten of het inzakken van de beurs. Naar mijn ervaring willen pensioengerechtigden enkel de zekerheid dat hun pensioenuitkering in ieder geval niet daalt. Het risico dat toekomstige pensioenuitkeringen (substantieel) lager zijn, dat risico willen, kunnen of durven veel pensioengerechtigden niet te lopen. Als die uitkeringen dan toch omlaag gaan door dalende beleggingsopbrengsten dan ‘schreeuwen zij moord-en-brand’, is Nederland te klein, is hij verkeerd geïnformeerd/geadviseerd, heeft hij nooit begrepen dat hij aan het beleggen was, hebben vermogensbeheerders (of de staat dan wel de vakbonden) een greep uit zijn pensioenpot gedaan en stelt hij iedereen aansprakelijk voor zijn verlies.

Ik geloof niet dat pensioengerechtigden bereid zijn een beleggingsrisico te lopen met hun pensioengeld als niet het neerwaarts risico volledig is afgedekt en zij de zekerheid hebben dat zij hun uitkeringen levenslang ontvangen. Welk prijskaartje er aan het volledig afdekken van dat neerwaarts risico hangt, zal bepalen of sprake is van een potentieel voordeel in gevallen van doorbeleggen.

De juichende reacties op de door staatssecretaris Klijnsma van SZW aangekondigde mogelijkheden gaan er helaas helemaal aan voorbij hoe de pensioengerechtigde er zelf in zit. Is daardoor een nieuw pensioendebacle in het verschiet?

 

Beleggingsrisico’s collectief delen … wat betekent dat?

Doorbeleggen na de pensioendatum, zo schetst SZW, kan bijvoorbeeld door beleggingsrisico’s in de uitkeringsfase collectief te delen. Wat is nu dat ‘collectief delen van (beleggings)risico’s’?

Om te beginnen moet mij van het hart dat het ‘delen van risico’s’ niet anders kan dan collectief. Risico’s kun je niet in je eentje delen, je deelt dan niets. Delen doe je minstens met z’n tweetjes. Vaag en versluierend woordgebruik dus door SZW.

Bovendien ligt in dat delen (eigenlijk is sprake van ‘verdelen’) een zekere solidariteit besloten. Dat toch merkwaardig nu iedereen vol is van het individualiseren van pensioenopbouw. De solidariteit tussen jong en oud bijvoorbeeld bij de verplichte bedrijfstakpensioenfondsen staat al geruime tijd onder druk. Hoe solidair zijn de pensioengerechtigden dan als er ineens weer risico’s gedeeld moeten worden?

Wat gebeurt er als je een risico met anderen deelt? Dan is sprake van onderlinge overeenstemming om als collectief het nadeel te nemen waar dat de draagkracht van de individuele deelnemer te boven gaat. Als een ander een nadeel heeft, betaal ik eraan mee om die ander te schadeloos te stellen en omgekeerd. We dragen met elkaar onze gezamenlijke schade en delen in ons gezamenlijke voordeel. Dit is een geaccepteerde en logische manier om risico’s die je als eenling niet kunt dragen over elkaar te spreiden. Zorg- en schadeverzekeringen zijn hiervan goede voorbeelden.

Maar beleggingsrisico’s, kun je die delen? Als je belegt in een collectief beleggingspotje waarin anderen exact dezelfde (beleggings)risico’s lopen, kun je dan nog wat delen? Je deelt letterlijk het risico met gelijkgestemden, maar je verdeelt de onaangename consequenties niet. Dan ga je ofwel allemaal tegelijk ten onder of je stijgt met elkaar naar grote hoogten. Van een verdeling of middeling van de ‘schadelast’ is geen sprake. Dus alles blijft bij het oude.

 

Iets simpels moeilijk maken

De leidende gedachte is dat een hoger rendement zou KUNNEN worden gemaakt door na je pensioendatum door te beleggen met je pensioenpot. Laten we er even aan voorbijgaan dat misschien slechts een handjevol pensioengerechtigden daarop echt zit te wachten (als niet het neerwaarts risico volledig is afgedekt). Laten we over vaag en verhullend taalgebruik van SZW heenstappen. Laten we van de vooronderstelling uitgaan dat beleggingsrisico’s delen echt zou kunnen onder de voorwaarden die SZW stelt.

Dan zijn de gepresenteerde mogelijkheden en varianten weer typisch voorbeelden van hoe iets simpels moeilijk wordt gemaakt. Pensioen is in de basis toch niets meer dan dat je gedurende je leven geld in een potje stopt, daar rente of beleggingsrendement over krijgt en dat je het geld in dat potje op een gegeven moment gaat gebruiken omdat je geen ander inkomen meer hebt. Als je nu, op een moment dat de situatie onrustig is, een systeem gaat optuigen om de ongunstige situatie weer wel gunstig te maken en (uiteraard) daarop straks weer uitzonderingen gaat maken, dan ben je toch alleen maar bezig iets simpels ingewikkeld te maken?

Of zou deze maatregel er in feite toe dienen om te voorkomen dat er in de komende jaren op een (te) grote schaal bestaande beleggingen moeten worden geliquideerd? Dan zou die maatregel louter en alleen beogen dat de beurskoers van betreffende bedrijven wordt gesteund. Als dat de achtergrond van deze maatregel is …

Download PDF