5 valkuilen voor de werkgever bij de aanpassing pensioenregeling 2015

En tips om deze valkuilen te vermijden.

 

Pensioenopbouw wordt beperkt tot een salaris van € 100.000.

Met ingang van 1 januari 2015 worden de fiscale grenzen om pensioen te mogen opbouwen verder verlaagd. Pensioenopbouw wordt beperkt tot een salaris van € 100.000. Daarboven moet de werknemer (de Executive) zelf wat regelen. Die lagere opbouw heeft niet alleen gevolgen voor het ouderdomspensioen, maar ook voor het nabestaandenpensioen. Bij overlijden is er opeens veel minder voor partner en kinderen beschikbaar. Een nabestaandenpensioen dat niet meer is gebaseerd op het huidige salaris, maar op maximaal € 100.000.

 

Voorbeeld: Jeanette van Tieringe

Jeannette van Tieringe is 39 jaar en heeft een leuke baan bij een reclamebureau. Zij werkt daar al 4 jaar en verdient een jaarsalaris van € 150.000. Jeannette heeft een fiscaal maximaal pensioen. Op basis van de situatie in 2014 verwacht zij op haar 67-ste een ouderdomspensioen van € 102.000. Als zij nu zou overlijden, krijgt haar partner circa € 71.500 per jaar aan partnerpensioen.
Jeannette gaat ervan uit dat de plannen van het kabinet doorgaan om de pensioenopbouw vanaf 2015 fors te versoberen. Haar ouderdomspensioen daalt hierdoor naar € 62.750. Dat is een kleine € 40.000 lager dan nu. Zij heeft echter nog de komende 28 jaar om dat gat met besparingen en beleggingen te dichten.
Maar Jeannette schrikt pas echt van de gevolgen voor het partnerpensioen. Als zij in 2015 overlijdt, dan krijgt haar partner jaarlijks zo’n € 44.000 aan pensioen, € 27.500 lager dan als zij in 2014 zou overlijden. Deze verlaging is voor haar partner met het spaargeld niet te overbruggen. Om dat gat te dichten, zijn andere maatregelen nodig.

 

Vijf valkuilen

De vijf valkuilen die de werkgever bij de aanpassing pensioenregeling 2015 op zijn pad aantreft zijn:

1. Gelijke monniken, gelijke kappen

“Iedereen heeft bij de verlaging van de pensioenopbouw hetzelfde probleem. Dat betekent dus dat dezelfde oplossing geldt voor iedereen. Dus regel ik als werkgever iets voor iedereen. Gemakkelijk en geen individueel ‘gezeur’.”
ONJUIST. Iedereen heeft een andere financiële situatie en loopt een ander risico op andere momenten. Daarin heeft u als werkgever geen inzicht. Dus kunt u niet bepalen welke oplossing voor wie geschikt is. Laat staan dat u kunt bepalen dat een en dezelfde oplossing goed is voor iedereen.
TIP: Onderzoek eerst welke situatie en risico op de individuele Executive van toepassing is en ga daarna pas een oplossing regelen.

2. Makkelijk verdiend

“Ik hoef de werknemer geen verantwoording af te leggen over de kostenbesparing die het gevolg is van de lagere pensioenopbouw.”
Op zich niet onjuist, maar is dat werkelijk zo? Zo’n standpunt is in ieder geval NIET SLIM. U heeft met de Executive een arbeidsvoorwaardenpakket afgesproken, binnen het budget dat u voor ogen stond. Als de totale arbeidsbeloning naar beneden gaat door een aanpassing van de pensioenregeling, dan leidt dat voor de werknemer tot grotere risico’s en levert het u geld op.
TIP: Waarom zou u niet (een groot deel) van ‘uw’ voordeel aan de werknemer uitkeren? Dan kan hij zelf maatregelen nemen om zijn financiële risico’s te beperken. Zijn nadeel en uw voordeel, daarover moet u duidelijk zijn.

3. Overleg met werknemer is niet nodig

“Ik heb de medewerking van de werknemer en diens partner niet nodig voor een aanpassing van de pensioenregeling aan de nieuwe fiscale regels.”
FOUT, u heeft een afspraak met uw werknemers over pensioen. Dat de fiscale regels veranderen, betekent niet dat daarmee ook de juridische afspraken door u eenzijdig mogen worden aangepast. Daarvoor heeft u de medewerking van de werknemer nodig. En van diens partner als het gaat om een aanpassing van het partnerpensioen. Dat is wettelijk zo geregeld.
TIP: Voor de aanpassing van de pensioenregeling is het noodzakelijk dat u met de Executive om tafel gaat. U kunt dan gelijk met hem bespreken hoe hij goed kan worden geadviseerd over een oplossing voor zijn risico’s. Want die advisering mag u niet zelf doen.

 

Voorbeeld: Boudewijn Graatsma

Boudewijn Graatsma is als 52-jarige één van de ‘oudgedienden’ bij het IT-bedrijf waar hij 20 jaar geleden in dienst trad. Inmiddels verdient hij een jaarsalaris van € 225.000. Op de pensioenopgave van zijn werkgever staat dat hij een ouderdomspensioen van € 142.000 krijgt als hij 67 is. Als hij nu zou overlijden, ontvangt zijn partner jaarlijks zo’n € 99.500 aan partnerpensioen.
De plannen van het kabinet om de pensioenopbouw vanaf 2015 fors te versoberen, hebben grote gevolgen voor hem. Zijn ouderdomspensioen daalt hierdoor naar € 112.000, zo’n € 30.000 lager dan nu.
De achteruitgang in het pensioen voor zijn partner is meer dan 20%. Als hij in 2015 overlijdt, dan krijgt zijn partner jaarlijks zo’n € 78.500 aan pensioen. Dat is € 21.000 minder dan als hij in 2014 zou overlijden. Gelukkig maakt zijn werkgever gebruik van de toezegging van de staatssecretaris om de teruggang in het partnerpensioen te beperken. Als de werkgever dat niet had gedaan, dan was het partnerpensioen op € 37.000 uitgekomen, op zo’n 37% van het niveau in 2014. 
Boudewijn vraagt zijn werkgever om advies. Die zegt dat de werkgever niet mag adviseren over mogelijke oplossingen en stelt Boudewijn een adviestraject Executive Financial Planning voor. Hij geeft Boudewijn de naam van een gekwalificeerd financieel adviseur waarmee Boudewijn contact kan opnemen.

4. Goede adviseur

“Ik hoef niets te doen want ik heb een prima pensioenregeling en een uitstekende adviseur.”
MOOI dat u een goede adviseur voor uw collectieve pensioenregeling hebt. Aan hem kunt u de wijzigingen van uw pensioenregeling met een gerust hart overlaten. Maar het gaat nu ook om een stukje specifieke, nieuwe dienstverlening: Executive Financial Planning. Dat heeft niet elke collectieve pensioenadviseur in zijn pakket.
TIP: Vraag uw adviseur naar zijn specifieke adviesoplossingen voor uw Executives. Voor die advisering heeft u een adviseur nodig die met die advisering vertrouwd is.

5. Ik kan dit zelf wel regelen

“Ik regel zelf deze wijzigingen voor mijn Executives.”
NEE, dat is de meest kostbare misser die u kunt maken. Het gaat hier voor uw Executives om individuele keuzes op basis van hun persoonlijke financiële situatie. Om hen te mogen adviseren heeft u een AFM-vergunning nodig. Uiteindelijk gaat het om een advies over een financieel complex product. Als u adviseert zonder die AFM-vergunning kan de boete oplopen tot € 1 mln per overtreding. Een dure actie, als u zo’n advies geeft.
TIP: bel een adviseur die een AFM-vergunning heeft.

 

Kortom

U zorgt er voor dat uw Executive zich concentreert op de klus waarvoor hij is aangenomen. Vanwege de wijziging in de pensioenregeling biedt u hem een oplossing aan die past bij zijn individuele situatie, een oplossing die is gebaseerd op de risico’s die deze Executive op de verschillende momenten loopt. Dat advies Executive Financial Planning laat u tijdig geven door een gekwalificeerde en ervaren adviseur. Zo’n advies leidt tot een beter en effectiever financieel product, als dat al nodig zou zijn. En dat is toch wat u wilt?

Download PDF